Pedagogisch luik
Aandacht en Concentratie
Op school leren kinderen heel wat! Ze verwerven dagelijks een heleboel
kennis en daarnaast doen ze veel culturele bagage op.
Dit leren vraagt veel aandacht en concentratie van ieder kind.
Als de aandacht niet kan vastgehouden worden of als de werkhouding niet
doeltreffend is bij een kind, loopt de ontwikkeling en het leren soms
niet zoals gewenst.
Daarom zijn we gestart met de introductie van ‘de beertjes’.
De beertjes geven aan kinderen handvaten voor een betere concentratie
en een goede werkhouding.
Vooraleer we echt met de beertjes van start gaan, doorlopen we enkele
voorbereidende stappen.
Deze voorbereidende stappen worden aangebracht en ingeoefend vanaf de
derde kleuterklas. Gedurende een schooljaar oefenen kinderen gericht
aan de voorwaarden die voldaan moeten zijn om met de beertjes echt van
start te kunnen gaan.
In het eerste leerjaar worden de 5 voorbereidende stappen herhaald om
dan te starten met de beertjes.
Over deze 5 voorbereidende stappen en de 4 beertjes willen we graag
wat meer vertellen.
Het is niet alleen interessant om als ouder te weten wat de kinderen
leren en hoe ze werken op school, het zijn ook vaardigheden die thuis,
tijdens de dagelijkse bezigheden, nuttig zijn.
De voorbereiding
Stap 1 is een algemene inleiding waarin de kinderen
ondervinden dat nauwkeurig werken, goed luisteren, flink zitten, een opdracht
juist herhalen,… belangrijk zijn om alles tot een goed einde te
brengen.
We oefenen enkele weken op een goede werkhouding en we trainen de aandacht.
Stap 2: we oefenen op de algemene kijk- en luisterhouding.
De kinderen leren dat ze best stil zitten tijdens de opdracht en dat ze
hun vinger moeten opsteken als ze een vraag/opmerking hebben.
Er is ook aandacht voor een actieve luisterhouding.
Stap 3: nauwkeurigheid!
De kinderen leren dat je met nauwkeurig werken minder fouten zal maken.
Stap 4: starten en stoppen
In deze stap leren kinderen dat je pas echt aan de slag kan als je de
opdracht helemaal kent, er moet dus eerst geluisterd worden naar de volledige
opdracht.
Kinderen leren ook dat ze moeten stoppen als de leerkracht dit vraagt
of als ze klaar zijn.

Stap 5: papegaaien
De kinderen leren een opdracht woordelijk te herhalen en ze oefenen ook
om ze in eigen woorden te zeggen. Dit is heel belangrijk bij het correct
maken van oefeningen.
Deze stappen worden telkens aangebracht in één lesje.
Dit gebeurt op een speelse manier, de kinderen ondervinden in taakjes,
opdrachten en spelletjes het belang van de verschillende stappen.
De rest van de week en ook daarna nog, wordt er dan verder geoefend tijdens
alle andere lesjes.
De beertjes
De methode van de beertjes van Meichenbaum, die de kinderen zal helpen
om tot een goede werkhouding te komen, is gebaseerd op 4 fasen:
- de fase waarin de instructie/de opdracht wordt gegeven
- de fase waarin
het kind nadenkt over de oplossingsstrategie
- de fase waarin het kind
de taak concreet uitvoert
- de fase waarin het kind zijn werk evalueert
Als een kind er niet in slaagt om iedere fase op een goede manier te
doorlopen, zal het werk niet (altijd) tot een goed einde gebracht worden.
In de methode van de beertjes wordt er aan iedere fase een verbale begeleiding
voor de kinderen en een prent gegeven. Deze dienen als ondersteuning
van iedere stap.
Fase
1: Wat moet ik doen?
Deze fase valt min of meer samen met de voorbereidende stappen.
Het is de fase waarin het kind de opdracht hoort of leest. Ieder woord,
ieder detail is hier van belang om te komen tot de uiteindelijke oplossing.
Onnauwkeurig lezen, verstrooid zijn bij het luisteren,… kan de taak
in de verkeerde richting sturen.
Het bespaart veel energie als je bij de opdracht even nagaat of het kind
echt wel weet wat het moet doen. In het begin zijn we als volwassene het
beertje en vragen wij: “wat moet je doen?” Later zal het kind
deze rol zelf overnemen.
Fase
2: Hoe ga ik het doen?
Nu denkt het kind na over de oplossingsstrategie, nog voor het echt begint
aan de opdracht.
Als ouder, leerkracht of begeleider kan je dit denkproces mee sturen door
het kind zijn werkplan te laten formuleren.
Op het gebied van schoolse zaken zal het kind beroep doen op spellingsregels,
rekenprincipes, vaste werkplannen.
Het kind roept de leerstof terug op en past ze toe.
Fase
3: Ik doe mijn werk!
Het kind weet wat het moet doen en het heeft reeds een werkplan in het
hoofd, nu kan het, stap voor stap, de opdracht uitvoeren. Het gaat zelfstandig
aan het werk!
Als ouder of leerkracht mag je gerust zijn; het kind weet ‘wat’
en ‘hoe’ en je kan op een afstand een oogje in’t zeil
houden.
Fase
4: Ik kijk mijn werk na: wat vind ik ervan?
Kinderen zijn gewoon dat hun werk wordt nagekeken door anderen, ze doen
dit niet zo gemakkelijk zelf.
Deze laatse fase heeft een dubbele functie, enrzijds controleert het aan
de hand van de gegeven opdracht en het werkplan, of de oplossing correct
is.
Anderzijds gaat het 4de beertje dienst doen als een helper gedurende de
hele opdracht. Eerst verwoord het kind luidop iedere stap, later zal het
kind inwendig iedere stap verwoorden en dit gedurende de vier fasen.
Het is als het ware een innerlijke stem die mee denkt, stuurt en begeleidt.
Tijdens de hele lagere school krijgen kinderen kans om deze vaardigheden
te oefenen. In de verschillende klassen zal er, aangepast aan de leeftijd,
ingegaan worden op het belang van de vier beertjes.
Natuurlijk zijn deze beertjes op zich geen doel. We beschouwen ze wel
als een middel om kinderen te leren op een gestructureerde te werken
aan opdrachten.
Tot slot dit:
Als wij als school en jullie als ouder proberen om hier samen aan te
werken en als we kinderen tijd geven om te leren en te groeien in deze
vaardigheden, dan denken we dat de werkhouding echt doelmatiger zal worden
bij jullie kinderen!
Voor wie hierover meer wil weten verwijzen we graag naar het boek: ‘Kinderen
met aandachts- en werkhoudingsproblemen’ van Kaat Timmerman (uitgeverij
Acco)
We geven jullie ook graag de pictogrammen mee die we op school gebruiken
om de 5 voorbereidende stappen visueel te ondersteunen.


|